|
XENO MÜNNINGHOFF
1873-1944
TROUW AAN HET VELUWS LANDSCHAP
Dick van Veelen
Ulbe
Anema
ISBN 978-90-78215-69-1 , 160 pagina's
170 illustraties
verkoopprijs € 24.50
verkrijgbaar in de museumwinkel
Kasteel Doorwerth, bij de boekhandel en via uitgeverij Kontrast
ARTIEST EN LERAAR
Ruim 45 jaar speelt Xeno Münninghoff
een belangrijke rol in het kunstenaarsmilieu van Renkum-Heelsum en Oosterbeek.
De 24-jarige Xeno komt in 1897 naar Renkum om daar directeur
/ 1e leraar van de Gemeente-Tekenschool te worden.
Naast zijn leraarschap is hij een productieve schilder
van voornamelijk landschappen met een eigen, zeer herkenbare stijl.
In 1906 trouwt hij met de schilderes Tilly van Vliet.
Het echtpaar is in de Renkumse Kunstvereniging ‘Pictura
Veluvensis’ en
in de Oosterbeekse kunstwereld een toonaangevend artistiek
duo.
Xeno
Münninghoff
|
Tilly
van Vliet
|
Interieur
’t Landhuis met v.l.n.r. Xeno, dochter Felicia met Hans
Ophof, dochter Rho met haar toenmalige verloofde en Tilly.
|
VOORWOORD
Het is een voorrecht het voorwoord te mogen schrijven voor het
boek over het leven en werk van de kunstschilder Xeno Münninghoff
. Museum Veluwezoom, als ‘rentmeester’ van de culturele erfenis van de
‘Schilders van de Veluwezoom’, is de beide auteurs veel dank verschuldigd.Wederom
is het gelukt de presentatie van het boek samen te laten vallen met de
opening van de gelijknamige tentoonstelling.‘Ars longa, vita brevis’ is
het opschrift op de grafsteen van Xeno Münninghoff en
Tilly Münninghoff-van Vliet. De kunst duurt lang, het leven kort.In
1944, vijfenzestig jaar geleden, overleed Xeno Münninghoff tijdens
de evacuatieperiode in Barneveld. In 1960 overleed zijn echtgenote. Beiden
hebben bewezen dat deze lijfspreuk nog steeds van toepassing is. In hun
werk leven zij voort; niet alleen als een belangrijk onderdeel van de
collectie van het Museum Veluwezoom, maar ook in menige privéverzameling.
De tentoonstelling en dit boek onderstrepen dit nog eens extra. De inhoud
van dit boek bevat een ‘veelkleurig palet’ van leven en werk van de beide
kunstenaars.
Doorwerth, januari 2009
Steven Buddingh’, voorzitter Museum Veluwezoom
Bloesemboom en boerderij
marouflé, 38 x 55 cm, Particuliere collectie, Oosterbeek
Signatuur
van Bloesemboom en boerderij –
de meest gangbare signatuur
|
Tilly Münninghoff -van Vliet, Portret van kleindochter Tineke,
olieverf op board, 21,5 x 20,5 cm
Particuliere collectie, Wageningen
|
INLEIDING
Landschapschilderen aan de
Veluwezoom
Het zijn niet, zoals vaak wordt beweerd, de ‘schildersbent
van Oosterbeek’ en de leden van de latere kunstvereniging Pictura Veluvensis
die de schilderachtige omgeving van de zuidelijke Veluwezoom hebben ‘ontdekt’.
Al in de zeventiende en in het begin van de achttiende eeuw is deze
omgeving vereeuwigd op doeken van landschapschilders. Zij verblijven hier
voor korte of langere tijd of komen op hun reizen door deze mooie landstreek.
In de zeventiende eeuw zijn dat bekende namen als Jan van Goyen (1596-1656),
Salomon van Ruysdael (1600/03-1670) en Joris van der Haagen (1615-1669).
Zij maken doeken met afbeeldingen van de Veluwe. Ook Meindert Hobbema (1638-1709)
schijnt in Gelderland gewerkt te hebben.
Later in de achttiende eeuw wordt het aan de Veluwezoom wat minder
boeiend op het gebied van de landschapschilderkunst met namen als J.A.
Knip (1777-1847) en D.J. Kerkhoff (1766-1821). De bekendste kunstenaar
uit deze periode is Jan de Beyer (1703-1785), die een schat aan topografische
tekeningen heeft nagelaten met ook een aantal van deze streek.
Begin negentiende eeuw volgt een opleving van de landschapschilderkunst
in de traditie van de zeventiende eeuw en de ontwikkeling naar de Romantiek.
Overtuigde aanhangers hiervan zijn Andreas Schelfhout (1787-1870) en Barend
Cornelis Koekkoek (1803-1862). Met in hun spoor - het wordt weer vol aan
de Veluwezoom - G.P. Westenberg, J.H. Breijer jr., J.Th. Abels, A.J. Couwenberg
Jzn, C.H. van Amerom, C. Lieste en L. Hanedoes.
Wat wel de Oosterbeekse School wordt genoemd begint in 1841
met de komst naar Oosterbeek van Frederik Hendrik Hendriks (1808-1865)
en zijn leerlingen Petrus Oerder (1823-1863) en Jacob Cremer (1827-1880).
Hun romantische werken uit de jaren veertig en vijftig kenmerken zich
door de minutieuze en nauwkeurige natuurobservatie, die ze in de werken
van Koekkoek zo bewonderen.
In hetzelfde jaar 1841 verhuist ook Johannes Warnardus Bilders (1811-1890)
naar Oosterbeek. Hij zet in de tweede helft van de negentiende eeuw een
overgangsperiode in van de Romantiek naar een wat modernere stijl van landschapschilderen
met een impressionistische toets, oftewel een overgang naar het Impressionisme
met nog een zweem van de Romantiek.
Chris
Zeijlstra, cartoon - Op de fiets met hulpmotor,
Tilly achterop
aquarel, particuliere collectie, Oosterbeek
|
Heelsumse
beek
marouflé, 22,5 x 30 cm
Particuliere collectie, Hilversum
|
Bilders is een charismatische
persoonlijkheid die jonge ambitieuze kunstenaars aantrekt die iets nieuws
willen. Deze jonge garde trekt naar buiten – en plein air - en schildert
direct naar de natuur in navolging van hun Engelse en Franse collega’s.
In Frankrijk is in de loop van de negentiende eeuw een groep jonge schilders
in de natuur gaan schilderen in het plaatsje Barbizon bij de bossen van
Fontainebleau. Zij hebben een bijna mystieke liefde voor de natuur en streven
ernaar deze zo juist mogelijk weer te geven. Ook een aantal jonge Hollanders
(Roelofs, Maris (J.) en Israëls) verblijven enige tijd in Barbizon
of hebben op een grote tentoonstelling in Brussel kennisgemaakt met het werk
van onder andere Corot, Millet, Rousseau, Troyon en Daubigny.
Schilders als Paul Gabriël, Anton Mauve, Willem Roelofs, de drie
gebroeders Maris en Jan de Haas, die later deel uit gaan maken van de
Haagse School, trekken naar de Veluwezoom, door critici en mogelijk ook
door hen het ‘Hollandsche Barbizon’ genoemd en scharen zich rond J.W.
Bilders. Het landschapgenre wordt aan de Veluwezoom intensief beoefend
op een toenemend impressionistische wijze. Niet alleen het prachtige heide-
en boslandschap, maar ook de uiterwaarden met de Rijn, de molens, de beken
en sprengen, het Drielse Veer, de oude kerken en de boerderijen zijn favoriete
studieobjecten. Met de aanleg van de spoorlijn in 1845 zijn de verbindingen
erg verbeterd en toeristen en kunstenaars stappen uit bij station Wolfheze(n)
om met eigen ogen het veel geprezen landschap met de oude Wodanseiken,
sprengenbeken en Duizendjarige Den te kunnen aanschouwen. Groepjes schilders
met hun schildersezel, schetsboek en parasol, vormen een vertrouwd beeld
in deze omgeving.
Rond 1870 verlaten zij deze streek op zoek naar nieuwe uitdagingen,
die zij onder andere vinden in de omgeving van Den Haag.
Eerst rond de eeuwwisseling komt de Veluwezoom weer in de belangstelling
door de komst naar Renkum van Théophile de Bock (1851-1904). Hij
heeft net als Bilders grote aantrekkingskracht op vooral jonge kunstenaars
en nu wordt Renkum-Heelsum het centrum van beeldende kunstenaars. Nadat
zij gezamenlijk in 1901 een succesvolle verkooptentoonstelling hebben georganiseerd,
ontstaat de behoefte aan een georganiseerde kunstenaarskring.
In 1902 wordt aldus de Kunstvereniging Pictura Veluvensis opgericht
en ook de in Renkum werkzame kunstenaar Xeno Münninghoff wordt lid
van Pictura. Na de oprichting van Pictura vertrekt De Bock naar Haarlem.
Xeno Münninghoff krijgt een belangrijke rol in het kunstenaarsmilieu
van Renkum-Heelsum en later ook in dat van Oosterbeek. Een rol die hij
ruim 40 jaar zal vervullen.
Alle reden om 20 jaar na het eerste boek over Münninghoff - Xeno
Münninghoff - Schilder van het landschap van Hans Könings (1988)
- een tweede keer royaal aandacht aan hem te besteden met dit boek en
een overzichtstentoonstelling van Museum Veluwezoom.
|
Oude Kerk te Oosterbeek in
de sneeuw,
olieverf op doek, 66 x 55 cm , particuliere collectie, Oosterbeek
Dorpsgezicht Renkum (ongesigneerd) marouflé,
34,5 x 40,5 cm
Collectie Viellevoye, Oosterbeek
|
Dick van Veelen
Dick van Veelen (Oosterbeek, 1952) is sinds 1989 actief binnen de Stichting
Museum Veluwezoom in de gemeente Renkum en de gelijknamige Werkgroep Museum
Veluwezoom als voormalig onderdeel van de Stichting voor Heemkunde in de
gemeente Renkum.
Tot 2005 is hij bestuurslid en tot op heden lid van de Commissie van
Advies.
Hij is medeorganisator van tentoonstellingen over leven en werk van
de kunstenaars Herman Romijn (1992), Eka Thoden van Velzen (1997), Ben
van Londen (1998) en Antoon Markus (1992, 2003). Deze tentoonstellingen
gaan vergezeld van publicaties van zijn hand in het kwartaalorgaan van de
beide stichtingen Schoutambt en Heerlijkheid. Ook werkt hij mee aan het boek-
en tentoonstellingsproject Magie van de Veluwezoom (2006) en hij levert informatie
en documentatie aan voor diverse publicaties op het gebied van de locale-
en regionale geschiedschrijving..
Van zijn hand verschijnen in Schoutambt en Heerlijkheid artikelen over
de kunstenaarsvereniging Rhijn-Ouwe (1989), leven en werk van Piet van Mierop
(2000) en Johan Diederik Cornelis Veltens (2001).
In 2003 publiceert hij het boek Antoon Markus, Zwerver, bohemien en
kunstenaar.
Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het verzorgingshuis Overdal
in Oosterbeek is hij, mede dan vanuit zijn functie van locatiemanager, initiatiefnemer
en medeauteur van het boek Blik op Overdal (1997).
Ulbe Anema
Ulbe Anema (Hoorn, 1940) gaat zich vanaf het moment dat hij in Wolfheze
een huis koopt (1975) intensief bezighouden met de lokale geschiedenis,
speciaal gericht op het dorp Wolfheze. De aanschaf van het antiquarische
boekje Het Landgoed Wolfhezen – een verdwenen dorp (Alb. Oltmans, 1922)
zet hem op dit spoor en hij bouwt een collectie ansichtkaarten, kaarten,
documenten en foto’s over zijn dorp en de directe omgeving op. Ook contacten
met autochtone Wolfhezenaren leveren hem een schat aan informatie op voor
zijn inmiddels zeer uitgebreide archief.
Twee jubileumboekjes over Het Schild, centrum voor visueel gehandicapte
ouderen (1987 en 2002) en de boekjes Het kerkleven in Wolfheze in de 20ste
eeuw (2001) en Lindenhof (2006) verschijnen van zijn hand. Daarnaast schrijft
hij artikelen in Schoutambt en Heerlijkheid en levert hij materiaal of
werkt hij mee aan diverse publicaties. Onder de titel De Duizendjarige
Den vertelde schrijft hij elk kwartaal een artikel over de historie van
Wolfheze in het kwartaalblad de Wolfskreet (oplage 750 ex.).
Hij is van 1991 tot 2004 bestuurslid van de Stichting voor Heemkunde
in de gemeente Renkum, waarvan de laatste twee en een half jaar tijdelijk
voorzitter. Het is in deze hoedanigheid dat hij de Stichting Museum Veluwezoom
- de in 1994 ontstane dochter uit Heemkunde - nader leert kennen en waarderen.
Voor Museum Veluwezoom werkt hij mee aan de productie van het standaardwerk
Magie van de Veluwezoom (Jeroen Kapelle e.a., 2006) en de daarbij behorende
expositie. In het verlengde van deze ervaring is bij Dick van Veelen en Ulbe
Anema het idee voor dit gezamenlijke boekproject ontstaan.
|
|
|