| Inleiding door Drs E. Roest,
burgemeester van Laren
'Luisterend stel ik de loodbanden bij’
Toen de auteur van deze monografie mij vroeg een inleiding te
schrijven, heb ik onmiddellijk ingestemd. Helaas heb ik de hoofdpersoon
Femmy Geesink nooit ontmoet, maar ben haar wel leren kennen door
de Verhalen achter haar Ramen. Ja zelfs vermeerderd en verrijkt door
grote delen van het archief van haar echtgenoot; ook die nimmer aan
derden zijn getoond.
Wie zich verdiept in haar kunstenaarsschap wordt getroffen door
een vrouw die haar spiritualiteit verenigde met de stoere ambachtelijkheid
van de glazenierskunst. Zij zocht en vond haar beeldtaal in zichzelf
en putte uit filosofische Oosterse tekentaal. Zij omarmde de fijnzinnige
symboliek der Symbolisten. Dit doet denken aan de theologische School
uit het Franse Protestantisme van het 19e eeuwse Parijs.
De Symbolisten brachten religie en wetenschap in overeenstemming.
Dit kon door de resultaten van de historisch-kritische wetenschap
niet worden aangetast. Haar werk wordt bepaald door principes en niet
zozeer door vernieuwing van vorm. Het vindt in onder andere Chartres
fundament en in haar hang naar het bovenzinnelijke klinken de Middeleeuwen
door.
Eenvoud, puurheid en mathematiek vormen belangrijke thema's. Volgens
de auteur heeft een kunstenaar 'direct verkeer' met het irrationele.
Hij bepleit de noodzaak dat de ratio (het manlijke) en de irratio
(het vrouwelijke) elkaar doordringen. Misschien maakt de heer Schilt impliciet
een verwijzing naar de twee-eenheid die hij met zijn vrouw in de kunst
vormt!
Honderd jaar geleden werd Femmy Geesink te Utrecht geboren. Met
haar overlijden in 1988 verloor Europa een van de grootste representanten
van de twintigste eeuwse Glazenierskunst. Zij was een waar opvolgster
van Van Konijnenburg, die in vroeger tijd ook in Laren zijn atelier
had, zowel voor het scheppende als ambachtelijke van de Glaskunst.
Terug naar het aloude nooit getoonde archief:
Als vrijwel ieder kind vond Femmy Geesink tekenen heerlijk. De lagere
school bood op het gebied van beeldend scheppen geen enkele inspiratie,
zodat zij de randen van de officiële leerboeken gebruikte om
haar kinderlijke scheppingsdrift te ontladen. Dit gaf natuurlijk
wel de nodige fricties met de schooljuffen. Op de middelbare meisjesschool
was zij een middelmatige leerlinge. Talen vond zij prettig vanwege
de klank. Op het gebied van tekenen en wiskunde was zij een uitblinkster.
Het waren jolige jaren samen met haar vriendin Liesbet de Graaf, wier vader Mr.
A. de Graaf
haar later zou introduceren bij de Hemmense Heren.
Naast haar scheppingsdrift speelde zij voortreffelijk piano. Dat
bracht haar er aanvankelijk toe een muziekopleiding te volgen aan
het Amsterdams Conservatorium. Het werd echter de Rijks Academie van Beeldende
kunsten. Het zelf scheppende kreeg voorrang bij het herscheppende
auditieve. Muziek bleef een grote inspiratiebron, een aspect dat
ook bij Paul Klee te vinden is. Melodie, harmonie en ritme trof
zij aan bij de Kathedraalbouwers uit de Middeleeuwen en zij verwerkte
die drie-eenheid veelvuldig in haar composities. Zij was in staat
een fuga van Bach te beschrijven in verband met de schoonheid van
de bouwers van de 12e eeuw.
Haar beroepsopleiding tekenen ontving zij bij de toenmalige Utrechtse
grootheden Gabrielse en Van Dokkum. Na twee jaar slaagde zij als
20-jarige voor het zware toelatingsexamen voor de Rijksacademie van
Beeldende Kunsten. De eerste twee jaar studeerde zij bij de Professoren
Jurres en Bronner en voelde zich als een vis in het water. Zelfs
alle facultatieve avondlessen volgde zij en arriveerde dan om elf
uur 's avonds bij haar ouders in Haarlem. Het derde jaar stond zij
weer voor een keus ten aanzien van een specialisatie. Werd het schilderen,
beeldhouwen, architectonisch gebonden kunsten? Het werd het laatste,
waarbij zij het geluk had professor R.N. Roland Holst als haar leermeester
te krijgen. Na deze drie jaar sloot zij op 25-jarige leeftijd een
7-jarige studie af, en dook in het diepe: Hemmen!
Maar er is meer. Laren en Larens' burgemeesters hebben altijd een
rol gespeeld gedurende de 35 jaar dat zij in dit kunstenaarsdorp
woonde. Daarbij denk ik aan het glasmozaïek dat in de corridor
tussen de villa de Wilde Zwanen en het Singertheater is aangebracht.
Dit mozaïek is een tastbaar bewijs van dankbaarheid van het Larens'
gemeentebestuur aan Anna Singer Brugh, de schenkster van het Singermuseum
en de concertzaal. In 1965 kreeg het echtpaar Schilt-Geesink van
een van mijn voorgangers opdracht zes gebrandschilderde ramen voor
de aula van de Algemene Begraafplaats te vervaardigen. Zelf heb ik
de eer gehad een tekst van Adriaan Roland Holst te mogen laten aanbrengen
in de aula. Het zijn uit de vergetelheid ontrukte woorden met de
sterkst denkbare zeggingskracht, speciaal gecomponeerd voor deze
plek.
In deze context vind ik het een voorrecht een inleiding bij deze
Ode aan Femmy Geesink te kunnen schrijven; een kunstenares die een
even indrukwekkend als omvangrijk oeuvre heeft nagelaten.
Mei 2008
E.J. Roest
Winschoten 1948 / 1977 - De Romano Gotische kerk
Inhoudsopgave
Na Halfweg Samen
op weg
Hemmen 1933 / 1938
- De knop ontluikt
Zeist 1949 - Kapel
van Christelijk sanitorium Altrecht
Winschoten 1948
/ 1977 - De Romano Gotische kerk
Aalsmeer 1950 -
Twee ramen in het oude gemeentehuis
Kapelle 1951 - De
zes ramen in het gemeentehuis
Borculo 1951 - De
drie koorramen in de Nederlands Hervormde Kerk
Wesepe 1951
Hilversum 1952 /
1982 De Maranathakerk
Nieuw Vennep 1955
- Vicon
Amsterdam 1955 -
Het concertgebouwraam
Jaarsveld 1957
Hilversum 1957 -
Campina
Veendam 1962 - Het
halraam van het Winkler Prins Lyceum
Laren 1965 -
Aula
Borculo 1951 - De drie koorramen in de Nederlands Hervormde Kerk
Johan Lodewijk
Schilt tijdens de aanbieding van het eerste exemplaar aan burgemeester
Drs. E. Roest van Laren
|