![]() |
Scholier in oorlogstijd 1943 - 1945 Arnhem - Veluwe Omvang 96 pagina's - formaat
16 x 21 cm diverse (kleur)illustraties
ISBN
90-75665-67-9 Verkoopprijs € 13,95 NU €
10,00
Klik hier voor bestellingen boeken over de Slag om Arnhem |
| Felix
Valk, zoon van beeldend kunstenaar Hendrik Valk, was 15 jaar tijdens
de Slag om Arnhem. In zijn dagboek beschrijft Felix de gebeurtenissen
vanuit
Schaarsbergen, in huis bij de familie Röell. Aan dit gedeelte van
zijn
dagboek gaat een deel vooraf, spelend in de zomer van 1943, in Arnhem
en
omstreken en op het Stedelijk Gymnasium. Na de Slag volgt dan het grootste deel dat begint op 1 januari 1945 en eindigt met de bevrijding van de Veluwe. Van maar heel weinig Nederlandse jongeren zijn dagboeken uit de oorlogsjaren gepubliceerd. Er is natuurlijk het wereldberoemde dagboek van Anne Frank. Ook zijn er publicaties van mensen die lang na de oorlog hun herinneringen aan hun jeugd tijdens de oorlog hebben opgeschreven. Maar van gewone jongens en meisjes die tijdens de oorlog verslag doen van hun dagelijkse belevenissen is maar weinig gepubliceerd. In dit dagboek ziet men zo’n gewone jongen de oorlog ondergaan, deels als een avontuur, deels als uitdaging. Men ziet hem van kind tot jongvolwassene worden en men beleeft de oorlog zoals veel Nederlandse jongens van zijn leeftijd die hebben ondergaan. Dolph Kohnstamm (1937), de bewerker van dit dagboek, was hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de Universiteit Leiden. Hij is redacteur van het Nieuw Cultureel Woordenboek (Anthos 2003) en schreef Ik ben ik; de ontdekking van het zelf (De Bezige Bij, 2002). Dit boek werd mede mogelijk gemaakt door het Prins Bernhard
Cultuurfonds
|
|
Het dagboek van Felix Valk, 1943-1945 Voorwoord van de bewerker Dit dagboek bestaat uit twee schoolschriften die door Else Valk werden aangetroffen in de nalatenschap van haar in 1999 overleden broer. Toen Felix aan dit dagboek begon te schrijven was hij 14 jaar. De familie Valk woonde in Arnhem. Hendrik Valk was een bekend schilder en van 1926 tot 1962 was hij een invloedrijk leraar aan de Arnhemse academie ‘Kunstoefening’. Hendrik Valk trouwde met de van oorsprong Russische Tatiana Kotschergina. Zij kregen twee kinderen, Felix en de vier jaar jongere Else. Felix werd later directeur van het Lijnbaancentrum en het Museum voor Volkenkunde in Rotterdam. In Arnhem opende hij in 1953 de destijds toonaangevende Galerie 20 voor moderne kunst, later gevolgd door een dependance aan de Amsterdamse Keizersgracht. In de jaren ’80 opende hij in Arnhem Galerie 20x2, gericht op hedendaagse niet-westerse, en speciaal Afrikaanse kunst. Na zijn dood werd zijn collectie Afrikaanse kunst door Else Valk geschonken aan het Afrika Museum te Berg en Dal. In 2005 zullen zowel aan Hendrik Valk als aan diens zoon Felix speciale tentoonstellingen worden gewijd, in Arnhem en in Nijmegen. Over beider levens en werken zullen dan ook twee boeken verschijnen. Niet alles uit de twee schriften is in deze uitgave overgenomen. Overbodige herhalingen en gebeurtenissen die alleen in de familiekring, zestig jaar geleden, betekenis hadden, zijn vermeden. De spelling is aangepast aan de moderne tijd. Zinsbouw en grammatica zijn hier en daar gecorrigeerd, om het vlot kunnen lezen en begrijpen van de zinnen te bevorderen. Alle beschreven gebeurtenissen en gedachten zijn naar de inhoud – niet altijd precies naar de vorm – in de schriften terug te vinden. Niets is door mij toegevoegd of naar inhoud veranderd. Tussen rechte haakjes […] zijn hier en daar verklarende plaats- en naamsverwijzingen toegevoegd die niet in de originele tekst staan. Ook zijn enkele verklarende voetnoten toegevoegd. De volledige namen van door Felix genoemde leraren en leraressen van het Stedelijk Gymnasium Arnhem zijn ontleend aan het jubileumboek van die school Het Gymnasium aan de Statenlaan (2003). De twee schriften zullen bij de publicatie van het dagboek worden overgedragen aan het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) voor opname in de collectie oorlogsdagboeken . In die collectie is een aantal opgenomen die zijn geschreven door jongeren. Het bekendst is natuurlijk het dagboek van Anne Frank. Maar dat is zo uitzonderlijk dat het niet tot de ‘gewone’ collectie kan worden gerekend. Van jongeren die aan het einde van de oorlog nog geen 18 jaar waren heb ik alle door het NIOD indertijd gemaakte samenvattingen gelezen . Dat zijn er ongeveer 15. ‘Ongeveer’ omdat de exacte leeftijd van de auteurs niet altijd bekend is. Niet gelezen heb ik jeugdherinneringen aan de oorlogsjaren die ná de oorlog, sommigen zelfs heel recent, zijn opgetekend . Uit Arnhem en omgeving heeft de NIOD collectie geen door een jongere geschreven dagboek zodat het dagboek van Felix Valk in dit opzicht het eerste in de verzameling zal zijn . De door jongens geschreven dagboeken uit andere plaatsen getuigen vaak van een grote belangstelling voor de luchtoorlog, met nauwkeurige beschrijvingen van typen en aantallen vliegtuigen en van luchtgevechten. Zoals uit dit dagboek blijkt had Felix Valk die belangstelling ook, maar beperkte hij zich daar niet toe. Ook uit de wat wijdere omgeving van Arnhem bevat de NIOD-collectie maar weinig door jongeren geschreven dagboeken. Van twee jongens, een HBS’er en een gymnasiast, zijn er dagboeken uit Deventer. Het eerste is beperkt tot een beschrijving van krijgshandelingen in de lucht en op de grond, van april 1944 tot de bevrijding in 1945. Het tweede is erg omvangrijk en getuigt van een brede belangstelling. Het beslaat alle vijf oorlogsjaren, met onderbrekingen. De (foto)kopie is moeilijk leesbaar. Het origineel berust nog bij de auteur en zal t.z.t. worden overgedragen aan het stadsarchief van Deventer. In het dagboek van Felix Valk is over de periode van augustus 1943 tot april 1945 een ontwikkeling te zien van een nog vrij kinderlijke en zorgeloze belevingswereld in 1943 tot die van de benarde volwassenen in de winter van begin 1945. Ongetwijfeld hebben de ervaringen tijdens de Slag om Arnhem in september 1944, de confrontatie met een verwoeste stad, een geplunderd huis en een gedwongen evacuatie, tot deze versnelde ontwikkeling bijgedragen. Zoals dat het geval is geweest met veel jongeren in de Tweede Wereldoorlog, in zwaar getroffen steden, in de onderduik, gevangenissen en concentratiekampen. Alleen wanneer jongeren onder zulke omstandigheden gedurende langere tijd een dagboek kunnen bijhouden of brieven kunnen schrijven blijft zo’n versnelde ontwikkeling ook voor buitenstaanders overtuigend bestaan, tot in een volgende eeuw. Amsterdam, april 2004, Dolph Kohnstamm |
|