Omslag 'Jeugd op Java'
Jeugd op Java

Joséphine O'Herne

ISBN 978-90-78215-62-2 88 pag. € 12,50


'Joséphine O’Herne schetst in het begin van haar boek haar gelukkige jeugd op de suikerplantage Tjepiering waar haar vader werkt en op het landgoed ‘Rusticana’ van haar grootvader.

Dat geluk wordt in 1941 wreed verstoord als de Japanners Nederlands-Indië bezetten.

Aan het van pastoor Diederich gekregen dagboekje vertrouwt de dan 13-jarige Fien alledaagse, maar ook aangrijpende gebeurtenissen in het kamp toe.

Aan het slot voegt ze de toespraak toe die haar zus Jan Ruff O’Herne in 2007 hield voor het Amerikaanse Congres. '

Jeugd op Java is ‘zowel een tijdsdocument als een document humain’ Paul van den Biggelaar

Foto
Foto 13-jarige Fien

voorwoord door Paul Biggelaar

In één van de Zondagse tv-uitzendingen van ‘Buitenhof’ in de Meimaand van dit jaar, van 2008, kwam de Indonesische ambassadeur in Den Haag aan het woord. In de meest hoffelijke bewoordingen en in vlekkeloos Nederlands gaf hij zijn visie op de huidige betrekkingen tussen onze beide landen. Voor wie dat doet, is het niet goed mogelijk om geheel voorbij te gaan aan de geschiedenis, die de beide zijden lang verbonden heeft.

Over de historische relatie tussen Indonesië en Nederland wordt nog steeds gepubliceerd en dat zal ook zo blijven: nieuwe bronnen, onderzoek maakt duidelijker wat nog onhelder was, nieuwe archivalia worden ontdekt in Indonesië, in Nederland en elders. De wetenschap van de geschiedenis is een proces dat voorduurt en de onderzoekers krijgen ook oog voor documenten die niet uit officiële archieven stammen. Ook op geschriften van gewone burgers wordt acht geslagen, op brieven van particulieren onderling, op dagboeken, want die zijn vaak kleurrijk waar ambtelijke stukken bleek zijn en, naar ambtelijke standaarden, kleurloos behoorden te zijn.

De publicatie door mevrouw M.J.C. O’Herne van hetgeen zij als jong meisje aan haar dagboek toevertrouwde, behoort tot wat wel de ‘petite histoire’ genoemd wordt. Maar het is juist deze onbedoelde geschiedschrijving door leken die inkleuring geeft aan de wetenschappelijke geschiedschrijving. Daarom is dit dagboek niet zonder belang voor wie zich een beeld probeert te vormen van het leven van alledag op en rond een plantage op Java toen dat nog deel was van Nederlands Oost-Indië.

Maar Fientje O’Herne heeft ook de Japanse bezetting meegemaakt en het einde daarvan en de terugkeer daarna naar Nederland. Dat boekje mag daarom zowel een tijdsdocument als een document humain worden genoemd.

Het is geschreven in de taal van een kind van toen, een kind, dat zielsveel hield van haar ouders, boer, zusjes en familieleden. Een kind dat zich thuis voelde op Java en zich daar gelukkig voelde. Een kind dat ook als volwassene Java nog steeds in haar hart gesloten houdt.

Ik weet wel zeker, dat de ambassadeur van Indonesië instemmend zal knikken wanneer hij dit boekje zal lezen. Er speelt daarbij een glimlach om zijn mond.

Paul van den Biggelaar

Amsterdam, Juni 2008

HOME PAGE