|
Javaanse Liefde
en andere verhalen over het lot van tijgers
Kees G. Eveleens
Ondanks de strijdkreet Save the tiger,
die lang en luid heeft geklonken, dreigen tijgers in het wild uit te sterven.
In de loop van de twintigste eeuw zijn drie ondersoorten van de tijger
verdwenen; de Balinese tijger op West-Bali, de Kaspische tijger in de oeverlanden
van het Aralmeer in Centraal-Azië, en de Javaanse tijger op Oost-Java.
Met de bundel Javaanse liefde geeft Kees G. Eveleens in drie fictieve verhalen
uitdrukking aan de harde realiteit van het uitsterven van deze tijgers.
De tijger is niet simpelweg een grote kat, maar staat symbool
voor het m ysterie van de schepping en confronteert
ons met iets wat groter is dan het leven zelf. Daarom is dit dier een
vitaal element van onze identiteit. Het gaat dus evenzeer om de mens als
om de tijger. Save ourselves from losing the tiger is de rode
draad die de verhalen uit Javaanse liefde verbindt.
ISBN 978-90-78215-80-6, 160 pag.
€ 15,00
ISBN 978-90-78215-80-6 160 pagina's
verkoopprijs € 15,00
Een deel van de opbrengst komt ten goede aan het Tesso Nilo
Project van het WNF
verkrijgbaar bij de boekhandel
en via uitgeverij Kontrast
Bekend maakt bemind maakt beschermd
Boekpresentatie Javaanse liefde en andere verhalen
over het lot van tijgers van Kees G. Eveleens in Burgers’ Zoo
Woensdag 15 juli presenteerde Uitgeverij Kontrast de nieuwe verhalenbundel
van de Oosterbeekse schrijver Kees G. Eveleens in het Parkrestaurant van
een zonnig Burgers’ Zoo in Arnhem. Deze locatie, dichtbij de Sumatraanse
tijgers van Burgers’ Rimba, was niet toevallig gekozen. De bundel met de
titel Javaanse liefde en andere verhalen over het lot van tijgers, belicht
in drie fictieve verhalen de harde realiteit van het uitsterven van drie
ondersoorten van de tijger. Mark Kemna van het Wereld Natuur Fonds en directeur
van de dierentuin Alex van Hooff spraken over het belang van het behoud van
de tijger.
Kees
Evelens
|
Kees Eveleens en Mark Kemna bij de Sumatraanse tijgers
van Burgers'Rimba (foto Henk Moll)
|
|
Kees G. Eveleens overhandigde het eerste exemplaar
van zijn bundel Javaanse liefde aan Mark Kemna van het Wereld Natuur Fonds.
Deze vertelde vervolgens met bezieling over zijn werk bij het WNF en zijn
reizen naar India waar hij op zijn eerste trip in een natuurpark een tijger
van dichtbij zag. Op zijn latere reizen ging hij naar het Indiase platteland,
sprak daar met dorpsbewoners over de tijger, zag afbeeldingen van dit
machtige dier op tempels en wandelde door bossen waar tijgers leven. Een
tijger in levende lijve zag hij op deze reizen niet. Aan het thuisfront
kon hij niet uitleggen waarom dit voor hem geen teleurstelling was. ‘Na
het lezen van het voorwoord uit de bundel van Eveleens kan hij dit wel,’
zegt hij. Eveleens stelt namelijk dat het behoud van tijgers niet alleen
belangrijk is voor de kwaliteit van onze leefomgeving in ecologische zin,
maar ook voor ons spiritueel welzijn. Niet het feitelijke aanschouwen van
een tijger zelf, maar de allesomvattende aanwezigheid van dit dier vóelen,
maakten zijn reizen naar India zo de moeite waard.
In plaats
van de strijdkreet Save the tiger! is Save ourselves from losing
the tiger! het motto van het boek van Eveleens. Kemna staat hier volledig
achter. Het WNF probeert met allerlei middelen tijgers in hun natuurlijke
leefomgeving te behouden en probeert de conflictsituaties die tussen mens
en dier bestaan in overleg op te lossen. Als voorbeeld haalt hij het Tesso
Nilo Project op Sumatra aan. Bij dit project handhaaft WNF een natuurgebied
op het midden van het eiland dat 1,5 keer zo groot is als de Veluwe. ‘Op
internationaal niveau lacht men om deze omvang’, vertelt hij. Maar het
is een begin. Door grootschalige kap - onder andere voor de illegale houtexport
en plantages voor palmolie, de ‘nieuwe brandstof’ - krijgen dieren als
tijgers steeds minder ruimte en rust. Op het moment leven er zo’n 50 tot
100 tijgers in Tesso Nilo. WNF probeert hun leefgebied te beschermen en te
verbinden met andere natuurgebieden, zodat de mannetjes ook in andere regio’s
hun partners kunnen vinden en hun overlevingskansen worden vergroot.
Natuurbescherming
vergt een samenwerking tussen en op verschillende bestuurlijke niveaus,
zowel nationaal als internationaal, stelt Kemna. Het WNF is op Sumatra bezig
om bestuurders van verschillende provincies samen te laten werken op het
gebied van natuurbehoud. Vorig jaar tekenden zij een overeenkomst. Kemna
realiseert zich dat de concrete resultaten van deze overeenkomst nog onzeker
zijn, maar noemt de ontwikkeling toch zeer belangrijk, omdat dit de eerste
keer is dat de provincies met elkaar praten over natuurbescherming op het
eiland. Ook op internationaal niveau houdt het WNF zich bezig met lobbyactiviteiten,
bijvoorbeeld voor wetgeving die hout van illegale kap van de Europese markt
weert. Op lokaal niveau zet de organisatie zich in om mensen bewust te maken
van het belang van natuurbehoud. Het is lastig Tesso Nilo als onaantastbaar
natuurgebied te handhaven. Het zijn vaak arme mensen uit de omgeving die
het bos in trekken voor houtkap of terrein ontginnen om landbouw te bedrijven.
‘Het heeft geen zin om die mensen allemaal op te pakken en streng te straffen,
want zij hebben het zwaar en moeten zorgen dat hun kinderen te eten hebben’,
zegt Kemna. ‘Alleen door voorlichting en investering in alternatieve bestaanszekerheden
voor die mensen kunnen we het gebied behouden. Juist om de draagvlakversterkende
werking complimenteert Kemna de schrijver met zijn bundel. ‘Het WNF is goed
in directe communicatie, hard nieuws, maar dit nieuws komt beter binnen als
mensen meer achtergrondinformatie hebben over het belang van tijgers.’ Ook de volgende spreker, Alex van Hooff, directeur
van Burgers’ Zoo, sluit zich hierbij aan. Dierentuinen dragen volgens hem
bij aan bewustwording van de pracht en verscheidenheid in de natuur. De
werkwijze van dierentuinen is de afgelopen decennia sterk veranderd; zij
dragen tegenwoordig ook bij aan soortbehoud. ‘We weten steeds meer van de
dieren, hun voeding en natuurlijke leefomgeving’, vertelt Van Hooff. Ook
proberen dierentuinen met behulp van DNA-onderzoek soorten zuiver te houden.
‘Maar,’ zo benadrukt hij, ‘gelukkig hoeven we niet de rol van Ark van Noach
op ons te nemen. Dan zou het al te ver heen zijn.’ Wel zijn er tegenwoordig
stamboekhouders die de populatie van tijgers en andere dieren in de parken
bijhouden. ‘Dierentuinen willen geen exemplaren uit het wild halen, maar
proberen in overleg met de stamboekhouder hun ‘collectie’ aan te vullen.’
Een aantal jaren terug leefden in Burgers’ Zoo twee tijgers. Toen één
daarvan stierf, ging de andere tijger naar een dierentuin in Frankrijk.
Wat later ging Burgers’ Zoo voor de biotoop Rimba op zoek naar Sumatraanse
tijgers. Die zijn schaars; pas anderhalf jaar later kwamen drie Sumatraanse
zusjes uit Engeland naar het Arnhemse dierenpark. Van Hooff hoopt uiteindelijk
ook een mannetje naar zijn park te kunnen halen.
Na de lezingen mogen de aanwezigen het drietal van dichtbij bekijken
en poseren Eveleens en Kemna voor de foto met op de achtergrond de tijgers
die stukken wild paardenvlees uit het Arnhemse natuurgebied Meinerswijk
verorberen. Vol ontzag aanschouwen de bezoekers vanachter glas de krachtige
dieren. Hoe sterk ze ook zijn, in het wild worden ze van alle kanten door
de mens bedreigd. Ter ondersteuning van het werk van het Wereld Natuur Fonds
pleit Van Hooff daarom voor meer dierentuinen in Afrika, Azië en Zuid-Amerika.
Om draagvlak te creëren, want, zo stelt hij, ook veel stedelingen
daar zijn niet bekend met de schoonheid van de flora en fauna die zich
soms slechts tientallen kilometers verderop in hun eigen land bevindt.
‘En als je iets niet kent, kun je er niet van houden en wil je het ook
niet beschermen.’
tekst: Marije Rosing
|
Tijdens het bezoek aan de Rimba van
Burgers' Zoo
(foto
Henk Moll)
(foto Henk Moll)
(foto Henk Moll)
|
Informatie over de schrijver:
Kees G. Eveleens (1938) studeerde biologie in Amsterdam. Na een promotieonderzoek
in Californië over biologische plagenbestrijding in de katoen, begon
hij aan een loopbaan in de internationale landbouwkundige ontwikkelingssamenwerking
met meerjarige uitzendingen naar Guatemala, Indonesië, Soedan, Zanzibar
en Thailand. Daartussendoor heeft hij ook een aanstelling gehad aan de
Wageningen Universiteit als coördinator van een ‘Master of Science’
studieprogramma voor buitenlandse studenten.
Na zijn pensionering in het jaar 2000 is hij nog wat ‘kluswerk’ blijven
doen; onder andere een aantal korte uitzendingen naar de voormalige Sovjet
Republieken in Centraal Azië voor formulering en beoordeling van projecten
voor training van katoenboeren aldaar.
Ongeveer tien jaar geleden begon Kees Eveleens met het schrijven van
korte verhalen. In 2001 debuteerde hij met het titelverhaal (Allemaal Yang)
in de bundel Debuten 5 van de Stichting Post-Scriptum, Amsterdam. In de
periode 2002-2005 werd hij vier maal genomineerd in de jaarlijkse schrijfwedstrijd
van de Gelderse Schrijvers Kring (voorheen het Gelders Schrijvers Kollectief,
GSK). Hij won de publieksprijs van het GSK in 2002. De beste verhalen uit
die periode zijn samengebracht in de bundel Afscheid van Zanzibar.
Momenteel woont hij in Oosterbeek, is getrouwd en heeft twee kinderen
en één kleinkind.
|
|
|