Het
geheim van pater Brugman - Bert Riesebos
Praten kon hij. Praten als Brugman. Hij kletste zich overal binnen. Niet
alleen bij de gewone man, maar ook bij de adel in hun paleizen en kastelen.
De rappe spreker Brugman was een 15e-eeuwse priester, een pater uit Kempen,
bisdom Keulen, die evangeliserend door de lage landen trok.
In Het geheim van pater Brugman vertelt Bert Riesebos in fictieve verhalen
wat deze priester tijdens zijn reizen in de late middeleeuwen gezien en
meegemaakt zou kunnen hebben.
Het geheim van pater Brugman ISBN 978-94-90834-05-0 186 pag. € 15,00
bestellen het geheim
van pater Brugman
VOORWOORD
PRATEN ALS BRUGMAN, iedereen zegt dat wel eens als hij of zij wordt geconfronteerd
met een rappe spreker, maar wie was die Brugman dan eigenlijk? Het is bijna
niet te geloven; het was een 15e eeuwse priester, een pater uit Kempen (bisdom
Keulen), die evangeliserend door onze lage landen trok. En praten dat hij
kon, hij kletste zich overal binnen, niet alleen bij de gewone man, maar zeker
ook bij de adel in hun paleizen en kastelen.
Bij het horen van ADEL denkt menigeen aan lieden die weinig of niets uitvoeren,
wonen in kastelen of paleizen en een leven leiden dat beheerst wordt door
jachtpartijen, diners, uitgaan en bals. Dat adel vroeger het bestuur vormde
van een land is minder bekend. Meestal was een koning de hoogste bestuurder
van een land en daaronder kwamen respectievelijk: prins, hertog en graaf.
Die vormden samen de ‘hoge adel’ Het was mogelijk dat een graaf opklom tot
het hoogste ambt, dat van koning, dus. Lage adel, daarentegen, zoals baron,
jonkheer en ridder, had meestal een plattelandsfunctie als bestuurder van
een gemeente of een deel van bijv. een graafschap.
Het eerste deel van dit boek speelt zich af in de tweede helft van de vijftiende
eeuw, de late middeleeuwen, als wordt aangenomen dat de middeleeuwen beginnen
in het jaar 800 (geboortejaar van keizer Karel de Grote) en eindigen in 1492
als Columbus Amerika ontdekt. In de middeleeuwen lag de macht niet in het
westen van Nederland, maar in het oostelijk deel. Steden als Kampen, Deventer,
Arnhem en Nijmegen waren machtige steden en deelden de lakens uit. Door verzanding
van de Zuiderzee en de IJssel verplaatste de macht zich in de 16e en 17e eeuw
naar het westen. In die periode kwamen steden als Middelburg, Hoorn, Leiden
en niet te vergeten Amsterdam, tot bloei. Holland (oorspronkelijk Holtland
= is hout-land vanwege het vele bos) werd een begrip en heden ten dage wordt
nog vaak Holland gezegd en geschreven als Nederland wordt bedoeld.
Ons land bestond toen niet als zelfstandig land, maar was onderdeel van
het heilige roomse rijk en werd later, door vererving deel van het Spaanse
rijk Het huidige Nederland was verkaveld in verschillende graafschappen,
een hertogdom, een voormalig koninkrijk (Friesland), een prinsdom (Luik),
terwijl het Sticht (Utrecht) en het Oversticht (Overijssel) bestuurd werden
door de bisschop van Utrecht. Gelderland was aanvankelijk een graafschap,
maar werd in 1393 verheven tot het hertogdom Gelre. De in dit boek genoemde
steden (Kampen, Deventer, Zwolle en Zutphen) waren destijds belangrijke handelssteden,
lid van het internationale Hanze verbond. Hoewel Kampen en Zwolle toen respectievelijk
als Campen en Swol werden geschreven, heb ik dit in mijn boek nagelaten omdat
alles in de thans gebruikelijke taal is geschreven. Een belangrijke stad had
meestal 2 burgemeesters en enkele schepenen, die wij tegenwoordig wethouders
noemen.
De vermelde gebouwen en routes zijn historisch juist.
De in dit boek vermelde grietman Carel van Sminia is als naam verzonnen,
maar het is historisch juist. Friesland had 11 steden en 30 grietenijen. Een
grietenij bestond uit een hoofddorp en een aantal dorpen er om heen die dus
bestuurd werden door een grietman. De grietman van Idaarderadeel woonde op
een state (klein kasteel) in het dorp Idaard, terwijl de hoofdplaats Grouw
was. In dit verband wijs ik er op dat de term: ‘op z’n elf en dertigst’ is
ontstaan toen na de tachtigjarige oorlog de staten van de 7 Provinciën
bijeenkwamen en er belangrijke besluiten moesten worden genomen. De Friese
afgevaardigden gingen regelmatig terug naar hun provincie om de steden (11)
en de grietenijen (30) te raadplegen. Dat dit de besluitvorming ernstig belemmerde,
behoeft geen nadere uitleg.
Hoewel pater Brugman dus veel en regelmatig in ons land vertoefde, heb ik
zijn reis als roman geschreven. Fictief, maar het had zo kunnen zijn.
Bert Riesebos
|