DE ZEER SCHONE UREN

Oosterbeek 1944

Dagboek van Bob Castendijk

1 september - 6 november


omslag castendijk  

 In de zomer van 1943 besluit vader Castendijk met zijn vier zonen op het landgoed Ommershof in het rustige Oosterbeek te gaan wonen omdat de situatie in Rotterdam onhoudbaar is geworden.
Vanaf 1 september 1944 houdt zijn zoon Bob - hij is dan 15 jaar - een dagboek bij waarin hij nauwgezet zijn belevenissen en observaties noteert. Ondanks zijn jonge leeftijd is hij ‘kenner’ van alles wat met de oorlog te maken heeft. Unieke foto’s die hij tijdens zijn tochten door het dorp maakte, kregen - naast vele andere - een plaats in deze publicatie.
Bijzonder is ook het feit dat Castendijk pas begin november uit Oosterbeek hoefde te vertrekken en gedetailleerd verslag doet van zijn wandelingen door het bijna verlaten dorp.

Redactie Geert Maassen, Hans Timmerman en Robert Voskuil

DE ZEER SCHONE UREN
  -  Bob Castendijk  ISBN 978-94-90834-44-9  Ruim geillustreerd met uniek fotomateriaal 160 pag.. € 17,50
bestel nu een exemplaar
   


 (de eerste notities in het dagboek)

Vrijdag 1 september

Dit was een dag zoals honderden voorafgaande, je ziet een paar Moffen, wat vliegtuigen. Eigenlijk is het rantsoentje het enige wat je van de oorlog ziet.

Zaterdag 2 september

Vandaag bemerk ik voor het eerst iets van de snelle opmars der Geallieerden. Op de Utrechtseweg krioelt het van de Moffenauto’s. Hotel `Vreewijk´  en Pension `Schoonoord´ krijgen vliegers. Het wemelt van de Moffen. In Arnhem moet het nog erger zijn.

uitdagboek

ommershof  dreyerheide
    villa Ommershof                                                  
Dreyerheide: vlak voor vertrek uit Oosterbeek nov 1944
 
 


  foto castendijk

 Bob Castendijk in  1996 (1929-2010)
 (© foto Berry de Reus)





Onder foto van Castemdijk na de oorlog in Rotterdam
'soldaatje spelen' met de buitgemaakte uniformen

fotocastendijk 2



foto3



vliegtuig

 
Inleiding

Hoe het begon
Op 2 januari 1990 belandde een brief uit Rotterdam op mijn bureau in het gemeentehuis van Renkum. De inhoud betrof gebeurtenissen in Oosterbeek tijdens de septemberdagen van 1944, en omdat ik me als ambtenaar met het oude archief en de historie bezighield, kreeg ik het schrijven ter behandeling toebedeeld.
Ik was er bepaald blij mee, want de auteur, de heer G.R. Castendijk, deelde mee dat hij in het bezit was van een authentiek document uit de genoemde periode. En dat hij het desgewenst wel wilde schenken aan het gemeentearchief. Met name door de gevechtshandelingen in het laatste oorlogsjaar (het gemeentehuis brandde uit) zijn maar weinig Renkumse papieren uit 1940-1945 bewaard gebleven. Ik was dus zeer verheugd over het aanbod, en per kerende post kreeg de briefschrijver mijn antwoord. En niet alleen dat, door ervaring wijs geworden, vroeg ik hem meteen of hij zijn ervaringen in de tijd dat hij in Oosterbeek verbleef, al eens op papier had vastgelegd.
Welnu, dat had hij. Als lid van een Rotterdamse familie die in de zomer van 1943 op het landgoed Ommershof was komen wonen, had hij (15 jaar oud) een journaal bijgehouden.
Dat klonk uitermate interessant, maar de heer Castendijk deelde meteen het volgende mee. ‘Wanneer mijn huisarts mij eens een naderend einde voorspelt, wil ik mijn dagboeken best vermaken aan Uw gemeentearchief. Maar nu nog niet aangezien sommige passages het daglicht niet kunnen verdragen. Als 15 jarige jongen leefde ik toen zonder God noch gebod’.
Vooral de onthulling in de laatste zin wekte mijn interesse, en ik deed dan ook mijn uiterste best om het geschrevene toch reeds spoedig als aanwinst te kunnen verwerven. Uiteindelijk werd overeengekomen dat de heer Castendijk zijn epistels nog eens goed zou lezen, en desgewenst enige censuur toepassen.
Aldus geschiedde, en ook voegde de auteur enkele aanvullingen toe. Enige tijd later bezocht hij het gemeentehuis in Oosterbeek, en liet onder andere zijn pennenvruchten achter. Tenslotte werden de bescheiden formeel, bij overeenkomst van 29/31 oktober 1990, in eigendom overgedragen aan de beheerder van de Renkumse gemeentelijke archiefbewaarplaats.

Het dagboek
Gerardus Robertus Castendijk, roepnaam Bob, geboren op 23 augustus 1929, begon met schrijven in zijn dagboek op 1 september 1944, en stopte daar pas mee op 6 november van dat jaar toen hij samen met anderen Oosterbeek verliet. Hij schreef met potlood in bonvrije schriften. ‘Door vouwen en kreukels, door de afschuwelijke qualiteit van het bonvrije papier en de potloodkrabbels was ik al in de hongerwinter 1944/45 te Nieuw-Amsterdam (aldaar geen honger) gedwongen voor enige guldens uit Oosterbeek, met Wilhelmina er op, een dictaat van redelijk papier te kopen’, vertelt Bob zelf.  Hij pende de inhoud van de schriften later over, en verluchtigde die met enige inkttekeningen van eigen hand. In 1946 ontstond uiteindelijk de ‘derde druk’, bestaande uit twee delen, waarin ook foto’s en andere afbeeldingen werden opgenomen. Als titel bedacht hij ‘De zeer schone uren’, naar het middeleeuwse getijdenboek ‘Les très belles heures’. En daarmee gaf hij al aan hoe hij de beschreven oorlogstijd had ervaren.

De foto’s
In het dagboek zijn diverse foto’s geplakt die Bob Castendijk zelf maakte in 1944, en ze zijn zonder uitzondering uniek. Ten tijde van de Slag beschikte hij over één AGFA celluloid filmpje met als vervaljaar 1941. Andere afdrukken zijn van Dalco-papierfilmpjes.
In totaal zijn 13 afbeeldingen bewaard gebleven, maar helaas weten we dat de auteur veel meer foto’s heeft gemaakt. Op talrijke plekken in het boek meldt hij dat hij de camera hanteert, maar de meeste plaatjes hebben de oorlog niet overleefd.

De publicatie

Al snel nadat de dagboeken beschikbaar kwamen voor historisch onderzoek (een kopie werd beschikbaar gesteld aan het Airborne Museum ‘Hartenstein’) bleek dat de inhoud van grote waarde was voor degenen die belangstelling hebben voor dat stuk Oosterbeekse geschiedenis. Hans Timmerman (amateurhistoricus) typte de gehele tekst over, zodat die veel makkelijker leesbaar werd.
Zij die van de inhoud kennis namen, kwamen al gauw tot de conclusie dat het best de moeite waard zou zijn om het boek te publiceren. Niet alleen vanwege de gedetailleerde informatie over bepaalde aspecten van de oorlogshandelingen, maar ook door de beschrijving van hoe het er aan toeging in een deel van Oosterbeek toen de meeste inwoners waren geëvacueerd.
Een eerste afgeleide daarvan werd gevonden in de tentoonstelling ‘Beelden van burgers’, die in september 1994 werd georganiseerd in het gemeentehuis te Oosterbeek. Ter gelegenheid daarvan drukte het Arnhemse dagblad De Gelderlander een interview af met de heer Castendijk, waarin hij in geuren en kleuren vertelde over hetgeen hem 50 jaar eerder was overkomen.
Op diverse andere manieren werd sindsdien hier en daar wel aandacht geschonken aan de foto’s die Bob Castendijk in september en oktober 1944 had gemaakt. Maar wat het uitgeven van het gehele dagboek betreft, bleef het behoorlijk stil, want zoals dat zo vaak gaat, waren de betrokken personen veel te druk met andere zaken.
Het duurde tot 2006 voordat het project voor de eerste keer op gang kwam. Uitgeverij Kontrast uit Oosterbeek werd bereid gevonden om het verhaal als een echte publicatie het licht te doen zien. Directeur Lukas Rosing sloot een desbetreffende overeenkomst met de auteur, en vervolgens ging ondergetekende, in nauwe samenwerking met Hans Timmerman, Robert Voskuil (bestuurslid van de Vereniging Vrienden van het Airborne Museum Oosterbeek) en de uitgever, aan de slag met het manuscript.

Verantwoording
Eerst werd een kopie gemaakt van de geschreven boeken, en die werd nauwkeurig vergeleken met het computerbestand dat Hans had vervaardigd. Nadat de onvermijdelijke foutjes eruit waren gehaald, bleven veel vraagtekens staan. Het was lang niet altijd duidelijk wat de schrijver precies had bedoeld met zijn pennenvruchten, en dus was het noodzakelijk om met de heer Bob Castendijk in overleg te gaan. Diverse keren kwam hij op bezoek in het Arnhemse, en enkele malen werd hij in Rotterdam bezocht. Ook werd dankbaar gebruik gemaakt van de resultaten van het historische onderzoek dat Philip Reinders (bekend van vele publicaties over de Slag om Arnhem) eerder had verricht.
Op talloze plekken in het dagboek kon uiteindelijk het nodige worden uitgelegd (met noten of stukken tekst tussen vierkante haken), maar helaas bleek het niet mogelijk alles te verhelderen. Datgene wat onduidelijk of onlogisch was, en niet essentieel voor het verhaal, werd uiteindelijk niet in de gedrukte versie opgenomen. En dat geldt ook voor de (weinige) taal- en stijlfouten. Afkortingen werden meestal voluit geschreven. Waar het nodig was, en voor zover bekend, werden persoonsnamen gecorrigeerd en/of van andere relevante gegevens voorzien. In de meeste gevallen wordt op die mensen echter niet nader ingegaan omdat zulks voor het volgen van de tekst niet noodzakelijk is.
Behalve de foto’s en tekeningen die hij zelf maakte, voorzag Bob zijn journaal ook van andere illustraties, onder meer geknipt uit tijdschriften en kranten. De herkomst is vaak niet bekend of onderzocht, maar ze zijn alle opgenomen in de publicatie, voorzien van de oorspronkelijke bijschriften van de auteur (tussen aanhalingstekens). Daarnaast zijn afbeeldingen uit andere bronnen gebruikt.
Met het dagboek wordt een indringend en gedetailleerd beeld geschetst van wat leden van de familie Castendijk in 1944 hebben meegemaakt, maar dat betekent niet per definitie dat alles dat werd beschreven de exacte historische waarheid weergeeft. Militaire termen en uitdrukkingen worden alleen daar uitgelegd waar een verklaring absoluut noodzakelijk is om te kunnen begrijpen wat de auteur wilde vertellen.
Een topografische kaart en een luchtfoto uit 1944 (achter in het boek) kunnen de lezer helpen bij het zoeken naar de locaties die de auteur noemt.

Epiloog

Uiteindelijk zou het nog veel langer duren dan gepland, gehoopt en verwacht, voordat het dagboek van Bob Castendijk van de persen kon rollen. Het spijt de betrokkenen dan ook oprecht dat de schrijver het zelf niet meer mocht meemaken: hij overleed te Rotterdam op 10 januari 2010.
Wie het oorspronkelijke werk wil bekijken of lezen, zal zich moeten vervoegen bij het Gelders Archief te Arnhem, want daar wordt het nu voor de eeuwigheid bewaard. Het heeft een plek gekregen in blok 2898 (Documentatie Renkum II), onder inventarisnummer 225.

Geert Maassen, september 2011.


© foto's en tekst uitgeverij Kontrast e.a. > info via  info@uitgeverijkontrast.nl 


HOME PAGE