Waarom dit boek geschreven is.
Ik had mijn vader er wel eens
over gehoord, maar hem nog nooit gezien, “zijn map met verhalen”. In de loop
der jaren had hij veel geschreven en hij wilde dat graag bundelen tot een
boek. Na zijn overlijden, 5 oktober 2002, werd ik er vrijwel direct mee geconfronteerd.
Een prominente plaats innemend op zijn werkkamertje stond hij daar, “zijn
map met verhalen”. Achteraf bleek mijn vader al verder te zijn dan wij als
gezin konden vermoeden, zo had hij al contact gehad met een uitgever teneinde
te bezien of “zijn” bundel uitgegeven kon worden. Ook had hij al een titel
klaar, “Van Fluitersmaat tot Fluitersdreef”, met als ondertitel “verhalen
uit de historie van het oude dorp Renkum door C. Burgsteyn”. Het meest werd
ik echter getroffen door de opdracht “voor Henny, kinderen en kleinkinderen”.
Toen wist ik dat ik er iets mee moest doen, ik moest zijn gedachtegoed uitdragen,
en blijven uitdragen. Alleen zo kon ik hem de plaats geven die hij verdiende
in Renkum, “zijn wereld”.
Pas nadat je je eerste stappen
als “schrijver/historicus” gezet hebt, kom je ook de eerste problemen tegen.
Wat wordt leidend in het boek? Zo wilde ik graag professionele ondersteuning
hebben en vond die in de persoon van Mieke Mintjes, voorwaar geen onbekende
te Renkum, en historisch Renkum. Zij had regelmatig samengewerkt met mijn
vader, en verenigde in zich zowel gevoel voor schrijven als wel het gevoel
dat mijn vader had bij de historie van Renkum. U begrijpt, ik was zeer content
met het feit dat ze mee wilde werken.
Piet.
Samen met haar werd de leidraad
bepaald voor het boek. We wilden dat het een boek werd “door, over en voor”
Cees Burgsteyn. Het moest daar doorgaan waar hij met zijn “map”, noodgedwongen,
gestopt was.
Het “door” moest van zijn hand komen, Cees moest naar ons inzicht zijn eigen
boek schrijven. We hadden daarvoor twee opties, de eerste was om diverse artikelen
ineen te schuiven en het geheel te redigeren. De tweede optie was om de diverse
series separaat als hoofdstukken te gebruiken, met als nadeel dat sommige
feiten dubbel beschreven zouden kunnen worden. Om echter zo authentiek mogelijk
te blijven hebben we voor de tweede mogelijkheid gekozen, waarbij middels
voetnoten zaken geredigeerd zouden worden. Dit laatste is achteraf anders
gelopen dan we vooraf verwacht hadden, het onderzoek van Piet bleek namelijk
als achtergrond informatie uit te groeien tot een separaat hoofdstuk van
zijn hand.
Tot onze spijt moesten we echter wel een keuze maken uit de door Cees gepubliceerde
artikelen, er was teveel materiaal en we konden niet alles opnemen in het
boek. Derhalve hebben we gekozen voor een drietal verhaallijnen die geschreven
zijn in een periode van ruim vijftien jaar. Het “over” zou van onze hand komen,
zo wilden we namelijk een hoofdstuk wijdden aan Harten en het geslacht waar
Cees uitkwam, een hoofdstuk dat Mieke voor haar rekening zou nemen. Uiteindelijk
zou het zo resulteren in een boek “voor” Cees Burgsteyn, een boek over datgene
waar hij voor stond, de historie van Renkum, en we hopen oprecht dat we hierin
geslaagd zijn.
Toen na het inleveren van de kopy bleek dat “we iets teveel geschreven hadden”,
waren we blij dat er een oplossing gevonden werd in een dubbeluitgave. Ook
dat heeft zijn charme, deel 1 waarin Cees Burgsteyn “zijn” verhaal zou doen,
deel 2 aanvullend, ondersteunend en nieuw. Twee delen, separaat informatief
voor een eigen lezerskring, tezamen behorend tot één Renkumse
historie. Daarom zijn deze boeken geschreven, in de hoop dat gelijk de roos
kleur geeft aan een mensenleven, dit boek meer kleur zal geven aan de historie
van Renkum. We willen graag eindigen met een citaat van Cees zelf.
“Het doet mij dan ook plezier, om deze gegevens voor publicatie
te kunnen uitwerken, wetende hiermede in de voetsporen van mr. smid H.H. van
Roest verder te kunnen gaan.
Want, zo schreef hij o.a. in zijn voorwoord "Laat het zo rond
gaan van de één op de ander". Het is fijn, om daar aan te mogen
meewerken“.
Mieke en Piet.
Toen de panden "van Ingen", bakkerij "Kosters", "Hulshuizen"
en het winkeltje "van der Helm" gesloopt werden (rond 1965) voor de huidige
winkel van A.H., kwam de oude waterput van café "het molentje" tevoorschijn.
Cees Burgsteyn
was er als de kippen bij teneinde een "archeologisch" onderzoek te doen.
Wij kennen de boerderij als "de boerderij van Beekhuizen", de één
na laatste boerderij die de Dorpsstraat (nr. 126) rijk was, ironisch genoeg
gesloopt op 25 augustus 2005, de 76ste geboortedag van Cees Burgsteyn, de
persoon aan wie de histiorie van Renkum zeer na gelegen was.
Een ets van de oude kerk van de hand van B. Meyer, gemaakt in 1984.
Van deze tekening zijn slechts 50 exemplaren in omloop, waarvan dit het derde
exemplaar is
"De harttense cappel" op de kaart van het bos en moft tussen Renkum
en Ede van Thomas Witteroos uit 1570.
Handvormploeg rond 1900.
|
Een kenmerkende foto van Cees Burgsteyn, namelijk
Cees op de praatstoel.
"Caerte der buerschap Harte
alsmede een gedeelte in Renkum daar Heere en Vrouwe zijn de Hoog en Welgeb.
Heere Fred. Hend. Baron van Ghendt ….. Mitsgaders de Hoog en Welgeb. Vrouwe
Helena Veronica Baronne van Ailúa", gemaakt door J. van den Heuvel in 1712.
In 1913, herdenking honderd jaar onafhankelijkheid, stond
er ter hoogte van de smederij van van Roest, ook een ereboog. Hendrikus van
Ingen had ook zijn aandeel in de boog, Hij schilderde een wapen, welk bewaard
is gebleven. Op de foto het oude Renkumse wapen.
Een boerderij in de Fluitersmaat.
Wellicht de meest unieke en
zeldzaamste ansichtkaart van de "Collectie Burgsteyn". Hij is te Renkum verzonden
naar Rotterdam op 21-8-1909. De voorzijde van de kaart is een (vermoedelijk)
door de afzender gemaakte aquarel, waarin de zeldzaamheid van de kaart schuil
gaat.
Tekening van de molen "de Kwadenoord", d.d. 14 april 1855.
Miniatuur welke voorstelt Dirk II van Holland en Hildegardis, welke het
evangelieboek van Egmond op het altaar leggen. Hiervan wordt aangenomen dat
dit het oudste "portret" van Nederland is. Het opschrift luidt "Dirk en Hildegardis,
met hem door liefde verbonden, hebben dit boek aan den eerwaarden vader Albertus
gegeven, opdat hij hunner altijd gedenke". Het evangelieboek bevindt zich
momenteel in de Koninklijke Bibliotheek te 's-Gravenhage.
Het kasuifel van meinwerk, in 1878 geschonken door prof. H. Leijgraaf uit
Milwaukee (USA), van origine een Renkumer
|